Brussel was toen nog een vrolijke stad!

Rond 1900 bestond er een unieke uitwisseling van ideeën tussen Brussel en Parijs. De beau monde bezocht veelvuldig het Paleis voor Schone Kunsten, de literaire salons bloeiden. Het is ook een toevluchtsoord voor internationale ballingen. Zo is het de plek waar eerder Marx de eerste Bond der Communisten stichtte en het Communistisch Manifest schrijft. Het is de stad waar Baudelaire aan het einde van zijn leven twee jaar woont en waar hij niet veel goeds over heeft te zeggen. Hij schrijft er het venijnige pamflet Pauvre Belgique. Emile Verhaeren doet het dan juist weer andersom; op zijn drieënveertigste laat hij Brussel achter zich om naar Parijs te trekken. Verlaine en Rimbaud beleven er hun liefde en vooral ook hun ruzies. Multatuli schrijft eenzaam op een Brussels zoldertje zijn Max Havelaar, een bijtende kritiek op het Nederlandse koloniale beleid. De stad is een smeltkroes van nationaliteiten, waaruit een schitterende cultuur ontstaat.