Parijs in het Belle Epoque.

Op de Wereldtentoonstelling van 1900 oogt Frankrijk weer vol zelfvertrouwen. De militaire nederlaag tegen Duitsland van ´70 lijkt verwerkt. Wie kan, komt zich vergapen aan het uitstalraam van de beschaafde wereld.  De cabarets lopen vol, La Goulue en Jane Avril worden hier vereeuwigd door Toulouse-Lautrec. Over de brede boulevards van Hausmann rijden de eerste auto´s van Peugeot mét Michelinbanden. De Tour de France beroert de gemoederen ook dan al. De happy few shopt haute couture in Parijs, dineert in Maxim´s Paris, of in Hôtel Ritz Paris waar de beroemde kok Escoffier de scepter zwaait. Er wordt heftig gediscussieerd over het geschrift J´accuse van Zola, want de Dreyfussaffaire laat niemand onberoerd. Verlaine en Rimbaud schrijven hun gedichten, Guy de Maupassant volgt in de voetsporen van de door hem bewonderde Zola en Marcel Proust schrijft zijn monumentale A la recherche du temps perdu. Parijs is de stad van de avant-garde waar de –ismen in de kunst elkaar razendsnel opvolgen.  Wie talent heeft of denkt dat hij talent heeft, trekt naar de Lichtstad.